Enkele minuten gaans ten westen van het Veluwse dorpje Ede

Enkele minuten gaans ten westen van het Veluwse dorpje Ede, daar waar de weg naar Lunteren aftakt van de drukke snelweg Arnhem-Utrecht, ligt een vierkant, vrij somber aandoend gebouw, het oude

De voordeur van het riante huis
huis Kernhem, omringd door statig geboomte, weilanden en akkers. Een imposante beukenlaan gaat vanaf het huis naar het oosten en verder liggen in een wijde kring rondom eerbiedwaardige boerderijen van het Saksische type en karakteristieke namen dragend, zoals Slijpkruik, Engelenhove en het Bouwhuis. Brede houtwallen omgeven de gras- en bouwlandkampen, zowel als de laaggelegen erven van de boerderijen, waarbij in de regel ook nog de rustieke schaaps-
kooien herinneren aan de tijd , dat de heide nog onverdeeld, onontgonnen en voor gemeenschappelijk gebruik bestemd was. De uitgestrekte heidevelden werden toen beweid door grote schaapskudden.
met zijn entourage van landerijen, bosschages en luisterrijke lanen is Kernhem door de eeuwen heen een adellijke bezitting geweest. In 1426 noemen de kronieken de hertogen van Gelre als eigenaars. In dat jaar wordt heer Udo den Booze met het “goed” beleend; daarna oefenen voorname Gelderse geslachten als de Van Arnhems en de Van Heeckerens er zeggenschap over uit. Door huwelijk komt het landgoed in de grafelijke geslachten Bentinck, Waldeck en Limburg en tot 1970 was het nog steeds een nakomeling van de Benticks, die Kernhem haar eigendom mocht noemen. In dat jaar werd de gemeente Ede eigenares. Het tegenwoordige huis staat sinds anderhalve eeuw op de plaats van een gelijknamig kasteel. Volgens een oud schilderij in het gemeentemuseum van Arnhem was het met torens en poorten eertijds een aanzienlijke sterkte. Als zodanig was het op de West-Veluwe een steunpunt voor de Gelderse hertogen in de langdurige twisten met de Utrechtse bisschoppen.