De Markt

In 1852 besloot de gemeenteraad om het houden van een markt te aanvaarden. Ten behoeve van de markt werd een gedeelte van het oude Kerkhof gehuurd. Dit betrof het zuidelijke gedeelte van het kerkplein.
Vanaf maart 1953 kwam er een weekmarkt voor land en tuinbouwproducten zoals granen, zaden, groenten, fruit, aardappels, boter, kaas, eieren bloemen, heesters, struiken en boomgewassen, wild en pluimvee, runderen, schapen en varkens. In de maanden maart, april, augustus en september werden speciale schapenmarkten gehouden. De marktdag werd in eerste instantie op dinsdag bepaald en gehouden op het terrein naast logement “de Posthoorn” (nu Notaris Fischerstraat).
In 1911 werd een Vereniging ter bevordering van het Marktwezen opgericht. Zij huurde het terrein naast het logement de Posthoorn (nu Notaris Fischerstraat) dat toebehoorde aan de waard, waar trouwens al jarenlang de markt gehouden. Midden in het dorp, tegenover het hotel “De Hof van Gelderland” lag een zg. overtuin. Deze was in handen van de Edese Bouwmaatschappij en kwam in 1913 in publieke veiling. De gemeente kocht dit terrein en besloot het tot marktterrein te bestemmen en er een marktgebouw te plaatsen. Het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 gooide roet in het eten. Pas in 1926 werd het terrein aan de Vereniging in erfpacht gegeven, waarop de Vereniging er een marktgebouw zou plaatsen. In 1927 werd dit plan uitgevoerd.

Rechts ziet u het hotel “Het Hof van Gelderland”. Die naam komt al in de 18e eeuw voor als de naam van een huis, maar sinds 1829 is hij vebonden aan het gerenommeerde logement van Arnoldus Mulder en later van diens zoon Willem. Het hotel trekt gasten uit het gehele land, maar ook plaatsgenoten weten de gelagkamer te vinden, want sinds 1883 houdt de sociĆ«teit ” Tot gezellig Samenzijn” hier haar wekelijkse bijeenkomsten. (foto rond 1908)

De zaterdagmarkt werd ingesteld in 1920. Hier werden alleen bloemen, levensmiddelen en etenswaren verkocht.
Na de tweede wereldoorlog bloeide de markt. Het aantal kramen nam steeds toe, zodat de beschikbare ruimte te klein werd. In 1957 telde men gemiddeld 97 kramen en 35 open standplaatsen. Het aantal aangevoerde eieren bedroeg 5.1 miljoen.