Gewoonlijk zijn er over kastelen

suskekloosters en andere oude huizen met een verleden, verhalen in omloop over dingen die zich volgens de overlevering afgespeeld moeten hebben. Kernhem maakt daarop geen uitzondering. Over de geheimzinnige, witte juffer, die daar zou ronddwalen bij nacht en ontij, zijn de ouden van dagen nu nog niet uitverteld. Het is niet alleen interessant, wat uit de volksmond tot ons komt, maar ook, wat de historie van Kernhems lotgevallen vertelt.

Suske en Wiske nr.227 met in de hoofdrol..
Soms zijn beide niet goed van elkander los te maken. Het oude huis mag officieel Kernhem of deftiger nog Kernheim te boek staan, sinds mensenheugenis was het in plat-Veluws altijd Keer-em of Keer-um. Um is hier dialect voor om. Men vraagt zich dan af, wat of wie er um- of omgekeerd is. De geschreven geschiedenis zegt er het volgende van. In 1624 vielen Spaanse troepen over de bevroren IJssel de Veluwe binnen. Ze lieten een gruwelijk spoor achter. Overal stegen rookkolommen op van brandende hoeven en woonhuizen, aan menige boom bengelden de lijken van hen, die verzet gepleegd hadden of vergeefs poogden te vluchten. Tal van plaatsen moesten het ontgelden; ook in Ede werd vreselijk huisgehouden. Zestien huizen in het dorp en zeven boerderijen in de buurtschap Veldhuizen werden platgebrand. Moe van het roven en het plunderen trokken de spanjolen tegen de avond van die ongeluksdag naar het huis (kasteel) Kernhem, waar ze zich tegoed deden aan de wijnen en andere dranken, die in de kelders voorradig waren. Inmiddels werden koeien en varkens, gestolen bij de boeren, aan het spit gebraden. Na een uitvoerige braspartij gingen de Spanjaarden ten ruste. In het holst van de nacht schrokken ze wakker en werd er alarm geslagen. In de verte klonken de tonen van het “Wilhelmus van Nassauwen”. Reeds eerder hadden de Spanjolen voor of tijdens de gevechten die melodie gehoord en dat betkende meestal niet veel goeds voor hen. Nog half beneveld door de drank dachten de bezetters van Kernhem niet anders, of prins Maurits was met zijn gevreesde en geharde soldaten op komst. Het werd een sauve-qui-peut, zelfs wapens en buit smeten de geschrokken Spanjaarden weg. Pas in de Ginkels hei ten oosten van Ede, hield de angstige horde halt en daar bracht ze in bittere kou de nacht door. Velen vroren er dood.
En wat was in feite de oorzaak van die overhaaste vlucht?