Kernhem de feiten..

kernhemHet huidige huis Kernhem is in 1803 gebouwd op de fundamenten van het vroegere kasteel. De stijl van het huis is neo-classicistisch en heeft in vorm en omamenten overeenkomsten met de Griekse en Romeinse bouwstijl. Het ingetogen en strakke uiterlijk is kenmerkend voor de Napoleontische tijd, waarin de adel zich geen uiterlijk vertoon kon veroorloven.
Het huis is gebouwd in opdracht van Jacob Unico Willem van Wassenaer en Sophia Wilhelmina van Heeckeren.

Huize Kernhem in volle glorie
Van 1818 tot 1832 is het bewoond door de bekende pedagoge Anna Maria Moens. In 1970 werd het aan de gemeente Ede geschonken door S.S.M. Gravin Gaetani dell’ Aquila d’ Aragone-Bentinck. Tegenwoordig is het huis kantoor, ontvangst- en expositieruimte.
Bij het huis horen het voormalig Koetshuis (+/- 1773), waarin tegenwoordig een restaurant is gevestigd en een monumentale wagenschuur.

De kruidentuin is aangelegd in 1992 en vrij toegankelijk. Van oudsher hebben er tuinen rond het huis gelegen, maar het is niet zeker of er vroeger ook een kruidentuin is geweest. Bij andere landgoederen is wel vaak een kruidentuin aanwezig, met keukenkruiden en geneeskrachtige kruiden.

Het heden
Op dit moment is de gemeente Ede bezig met de bouw van een grote
nieuwbouwwijk in de buurt van Kernhem. De wijk die 3500 woningen zal herbergen is dan ook naar het Huis vernoemd.
Het is van groot belang dat de wijk haar unieke houtwallen die karakteristiek zijn voor de omgeving gaat behouden. Een primeur in Nederland!


De Markt

In 1852 besloot de gemeenteraad om het houden van een markt te aanvaarden. Ten behoeve van de markt werd een gedeelte van het oude Kerkhof gehuurd. Dit betrof het zuidelijke gedeelte van het kerkplein.
Vanaf maart 1953 kwam er een weekmarkt voor land en tuinbouwproducten zoals granen, zaden, groenten, fruit, aardappels, boter, kaas, eieren bloemen, heesters, struiken en boomgewassen, wild en pluimvee, runderen, schapen en varkens. In de maanden maart, april, augustus en september werden speciale schapenmarkten gehouden. De marktdag werd in eerste instantie op dinsdag bepaald en gehouden op het terrein naast logement “de Posthoorn” (nu Notaris Fischerstraat).
In 1911 werd een Vereniging ter bevordering van het Marktwezen opgericht. Zij huurde het terrein naast het logement de Posthoorn (nu Notaris Fischerstraat) dat toebehoorde aan de waard, waar trouwens al jarenlang de markt gehouden. Midden in het dorp, tegenover het hotel “De Hof van Gelderland” lag een zg. overtuin. Deze was in handen van de Edese Bouwmaatschappij en kwam in 1913 in publieke veiling. De gemeente kocht dit terrein en besloot het tot marktterrein te bestemmen en er een marktgebouw te plaatsen. Het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 gooide roet in het eten. Pas in 1926 werd het terrein aan de Vereniging in erfpacht gegeven, waarop de Vereniging er een marktgebouw zou plaatsen. In 1927 werd dit plan uitgevoerd.

Rechts ziet u het hotel “Het Hof van Gelderland”. Die naam komt al in de 18e eeuw voor als de naam van een huis, maar sinds 1829 is hij vebonden aan het gerenommeerde logement van Arnoldus Mulder en later van diens zoon Willem. Het hotel trekt gasten uit het gehele land, maar ook plaatsgenoten weten de gelagkamer te vinden, want sinds 1883 houdt de sociĆ«teit ” Tot gezellig Samenzijn” hier haar wekelijkse bijeenkomsten. (foto rond 1908)

De zaterdagmarkt werd ingesteld in 1920. Hier werden alleen bloemen, levensmiddelen en etenswaren verkocht.
Na de tweede wereldoorlog bloeide de markt. Het aantal kramen nam steeds toe, zodat de beschikbare ruimte te klein werd. In 1957 telde men gemiddeld 97 kramen en 35 open standplaatsen. Het aantal aangevoerde eieren bedroeg 5.1 miljoen.


Zolang er nog een vleugje romantiek leeft in het mensenhart

Zolang er nog een vleugje romantiek leeft in het mensenhart, zullen de verhalen van Kernhems witte juffer en haar gang door de wisseling van der tijden van ouder op ouder verteld en zo overgedragen worden, vooral op donkere najaars- of winteravonden, als de storm loeit door de naakte boomkruinen, fluit en joelt in de donkere schoorstenen en de luiken doet rammelen op de hengsels. Dat zijn dan ook de tijden, dat het oude huis Kernhem door geheimzinnigheid omgeven is en de witte juffer door de donkere lanen schrijdt.
Velen mogen met de superieure glimlach van “och, wij weten wel beter” kennis te nemen van die spookgeschiedenissen en verhalen over wonderlijke ontmoetingen, persoonlijk zouden we ze niet graag missen. We beschouwen ze met een zekere eerbied, een wonderlijk geschenk van het verleden en daarom zijn ze ons in de loop der jaren zelfs een beetje dierbaar geworden, die aloude vertelsels met hun in vele opzichten mysterieuze achtergrond…

De sage zoals je die op de Edenaar hebt kunnen lezen is afkomstig uit het boek: “Sagen en legenden van de Veluwe” geschreven door Jac Gazenbeek. (De man die de cultuur van de Veluwe op de foto zette) natuurkenner, journalist, schrijver en folklorist. In Lunteren werd een centrum ter nagedachtenis van hem geopend.
In het boek zijn nog veel meer sagen en legenden te vinden, een must voor de liefhebber van de Veluwe. Koop het vandaag nog!


Gewoonlijk zijn er over kastelen

suskekloosters en andere oude huizen met een verleden, verhalen in omloop over dingen die zich volgens de overlevering afgespeeld moeten hebben. Kernhem maakt daarop geen uitzondering. Over de geheimzinnige, witte juffer, die daar zou ronddwalen bij nacht en ontij, zijn de ouden van dagen nu nog niet uitverteld. Het is niet alleen interessant, wat uit de volksmond tot ons komt, maar ook, wat de historie van Kernhems lotgevallen vertelt.

Suske en Wiske nr.227 met in de hoofdrol..
Soms zijn beide niet goed van elkander los te maken. Het oude huis mag officieel Kernhem of deftiger nog Kernheim te boek staan, sinds mensenheugenis was het in plat-Veluws altijd Keer-em of Keer-um. Um is hier dialect voor om. Men vraagt zich dan af, wat of wie er um- of omgekeerd is. De geschreven geschiedenis zegt er het volgende van. In 1624 vielen Spaanse troepen over de bevroren IJssel de Veluwe binnen. Ze lieten een gruwelijk spoor achter. Overal stegen rookkolommen op van brandende hoeven en woonhuizen, aan menige boom bengelden de lijken van hen, die verzet gepleegd hadden of vergeefs poogden te vluchten. Tal van plaatsen moesten het ontgelden; ook in Ede werd vreselijk huisgehouden. Zestien huizen in het dorp en zeven boerderijen in de buurtschap Veldhuizen werden platgebrand. Moe van het roven en het plunderen trokken de spanjolen tegen de avond van die ongeluksdag naar het huis (kasteel) Kernhem, waar ze zich tegoed deden aan de wijnen en andere dranken, die in de kelders voorradig waren. Inmiddels werden koeien en varkens, gestolen bij de boeren, aan het spit gebraden. Na een uitvoerige braspartij gingen de Spanjaarden ten ruste. In het holst van de nacht schrokken ze wakker en werd er alarm geslagen. In de verte klonken de tonen van het “Wilhelmus van Nassauwen”. Reeds eerder hadden de Spanjolen voor of tijdens de gevechten die melodie gehoord en dat betkende meestal niet veel goeds voor hen. Nog half beneveld door de drank dachten de bezetters van Kernhem niet anders, of prins Maurits was met zijn gevreesde en geharde soldaten op komst. Het werd een sauve-qui-peut, zelfs wapens en buit smeten de geschrokken Spanjaarden weg. Pas in de Ginkels hei ten oosten van Ede, hield de angstige horde halt en daar bracht ze in bittere kou de nacht door. Velen vroren er dood.
En wat was in feite de oorzaak van die overhaaste vlucht?


Enkele minuten gaans ten westen van het Veluwse dorpje Ede

Enkele minuten gaans ten westen van het Veluwse dorpje Ede, daar waar de weg naar Lunteren aftakt van de drukke snelweg Arnhem-Utrecht, ligt een vierkant, vrij somber aandoend gebouw, het oude

De voordeur van het riante huis
huis Kernhem, omringd door statig geboomte, weilanden en akkers. Een imposante beukenlaan gaat vanaf het huis naar het oosten en verder liggen in een wijde kring rondom eerbiedwaardige boerderijen van het Saksische type en karakteristieke namen dragend, zoals Slijpkruik, Engelenhove en het Bouwhuis. Brede houtwallen omgeven de gras- en bouwlandkampen, zowel als de laaggelegen erven van de boerderijen, waarbij in de regel ook nog de rustieke schaaps-
kooien herinneren aan de tijd , dat de heide nog onverdeeld, onontgonnen en voor gemeenschappelijk gebruik bestemd was. De uitgestrekte heidevelden werden toen beweid door grote schaapskudden.
met zijn entourage van landerijen, bosschages en luisterrijke lanen is Kernhem door de eeuwen heen een adellijke bezitting geweest. In 1426 noemen de kronieken de hertogen van Gelre als eigenaars. In dat jaar wordt heer Udo den Booze met het “goed” beleend; daarna oefenen voorname Gelderse geslachten als de Van Arnhems en de Van Heeckerens er zeggenschap over uit. Door huwelijk komt het landgoed in de grafelijke geslachten Bentinck, Waldeck en Limburg en tot 1970 was het nog steeds een nakomeling van de Benticks, die Kernhem haar eigendom mocht noemen. In dat jaar werd de gemeente Ede eigenares. Het tegenwoordige huis staat sinds anderhalve eeuw op de plaats van een gelijknamig kasteel. Volgens een oud schilderij in het gemeentemuseum van Arnhem was het met torens en poorten eertijds een aanzienlijke sterkte. Als zodanig was het op de West-Veluwe een steunpunt voor de Gelderse hertogen in de langdurige twisten met de Utrechtse bisschoppen.


Politieman veroorzaakt botsing

Een politieman die vrijdagmorgen vroeg door rood reed in Ede, heeft daardoor een aanrijding veroorzaakt. Een agent die als passagier in de politieauto zat heeft een wond aan zijn hoofd opgelopen, aldus een zegsvrouw van de politie.
De agenten waren tegen vijf uur onderweg naar een inbraakmelding. Op een kruispunt negeerde de politiebestuurder een rood verkeerslicht en kwam daardoor in botsing met een vrachtwagen, bestuurd door een 50-jarige Arnhemmer. Zowel de politieauto als de vrachtwagen raakte zwaar beschadigd.


Ze huilde nog, toen ze oud en haar blonde haar tot zilvergrijs verkleurd was

Ze huilde nog, toen ze oud en haar blonde haar tot zilvergrijs verkleurd was. Ze stierf van verdriet en na haar dood bleef ze als een geestverschijning, als witte juffer, ronddwalen tussen de oude bomen en door de hoge lanen van Kernhem. Ze kon geen rust vinden in haar graf, zwierf in stormachtige nachten en duistere avonden rond, soms ook urenlang roerloos staande, al maar wachtend, met glansloze ogen in de verte turend en luisterend of ze de hoefslag van het paard nog niet hoorde. Zo bleef ze eindeloos dwalen en wachten met nooit verflauwende hoop, misschien wel gereed om bij terugkeer van haar geliefde hem met een “alles is vergeten en vergeven” tegemoet te treden en zo spoedig mogelijk aan zijn arm alsnog naar het bureau van de burgelijke stand te zweven ter inlossing van de trouwbelofte. Men vergeve ons deze ironie; we nemen de verhalen over Kernhems witte juffer niet minder serieus dan Marten, de huisslachter, dat in zijn tijd deed.
Een zwager van gezegde Maten woonde achter het herenhuis op de nog altijd bestaande boerderij, eertuijds het koetshuis. Marten ging daar op een vroege winterochtend naar toe om op verzoek van z’n zwager een varken te slachten. “Die morgen”, zo vertelde Marten ons persoonlijk, “was het echt winterweer, wel koud maar niet mistig of zo. Ik liep van de Lunterseweg naar het pad, dat achter het herenhuis om naar ‘t huis van m’n zwager gaat. Recht voor me uit zag ik toen iemand aankomen: een vrouwspersoon. Eerst dacht ik dat het mijn zuster Marie wel zou zijn, maar dan bedacht ik, dat zij zo vroeg toch geen boodschappen zou gaan doen, de winkels in ‘t dorp waren op dat uur beslist nog dicht. En ten overvloede: mijn zuster droeg altoos zwart of althans donker en zij, die daar aankwam, was helemaal in ‘t wit gekleed. Ze liep vlug, maar hoe dichterbij ze kwam, hoe vreemder ik ‘t begon te vinden. Toen ze vlakbij was, hoorde ik haar voetstap niet en toch lag het pad vol dorre bladeren en er bewoog ook geen blaadje. Haar gezicht kon ik niet zien, ze hield het opzij of zover mogelijk voorover, net of ze ervoor oppaste herkend te worden. Nee, bang was ik op dat moment niet. Waarvoor ook? Bij ‘t kruispunt van twee lanen, een meter of wat voor me, stond de vreemde juffer toen stil. Ik moet haar voorbij. Ik kuchte een paar keer en op ‘t zelfde ogenblik dat ik haar passeerde;


Kostscholen

In de 19e eeuw was Ede een zestal kostscholen rijk. Dit waren scholen voor kinderen van gegoede ouders, met internaat. Sommigen waren bestemd voor meisjes, andere voor jongens of voor beiden. Enkele scholen werden ook bezocht door kinderen uit het dorp. Zo’n kostschool stond of viel vaak met de directeur of directrice. Op het einde van de 19e eeuw was er nog een van deze scholen over: de Brouwershoeve (BetaniĆ«).

Het momument op de Paasberg
De vijf overige kostscholen waren Kernhem, Buitenzorg, Erica (stationsweg, thans Kieckuyt). Sterrenberg en Gebouw Grote Straat, hoek Bergstraat.

Anna Maria Moens
De oudste kostschool was die op Kernhem. Zij werd gesticht door Anna Maria Moens. In 1801 begin zij een kostschool in Wijhe, die in 1818 werd overgeplaatst naar de Huize Kernhem, waar dit een bloeiende kostschool werd voor jongens en meisjes. Huis Kernhem was toen nog betrekkelijk nieuwe. Het was in 1803 gereed gekomen na het afbreken van het kasteel.
De kerkgang van Anna Maria Moens had altijd veel bekijks en zorgde voor enige hilariteit onder de dorpsbewoners. Ze reed in een laag ezelswagentje, daarachter kwamen de leerlingen netjes twee aan twee, gecontroleerd door het spiedend oog van de meesteres.
Ze overleed in 1832, 54 jaar oud en diep betreurd door bewonderaars, vrienden en leerlingen. Op haar verzoek is zij op de Paasberg begraven. Sommige van haar kwekelingen brachten geld bijeen om een vrij kostbaar monument op haar graf te plaatsen. Bij het maken van het monument werden in het opschrift vele taalfouten gemaakt. Deze zijn later hersteld zodat het opschrift wel op een gecorrigeerd opstel leek.
Onder haar opvolger ging het bergafwaarts met de school en moest
na een aantal jaren sluiten.